zondag 1 oktober 2006

Léon (Nicaragua)
Heel vroeg in de ochtend vertrokken we in Mechelen over Antwerpen naar Amsterdam waar we op het vliegtuig stapten richting Managua (met een tussenstop in Houston). Onze groep bestond uit een jonge bende van 10, een goede mix van mannen en vrouwen (Patrick, Bart, Geert, Hans, Daan, Ann, An, Geertrui, Tina en ikzelf). Aangekomen in Nicaragua (na een rit van Managua naar Léon van +- 2uurtjes) en eigenlijk klaar voor een welverdiende nachtrust na zo’n lange vlucht, werden we door onze gids (Dirk of Diego voor de locals) overtuigd om toch nog het nachtleven van Léon, de voormalige hoofdstad van Nicaragua, te ontdekken. Na een warm onthaal in het ViaVia Joker reiscafé, hebben we dan inderdaad onze geïmproviseerde dansschoenen aangetrokken en zijn we naar de lokale “dancing” getrokken. Het was een plezier voor het oog om die locals met elkaar te zien dansen, sensueel en toch zo onschuldig (bij ons zouden er al klappen vallen denk ik als de mannen zo dicht bij de dames dansen). Zwakke knie of niet, die heupen konden niet stilstaan als een paar locals Ann en mezelf uitnodigden om met hen te dansen. Pfff, het was lang geleden dat ik mijn spaans nog eens van onder het stof had gehaald. Niet makkelijk, maar het lukte me wel. Moe, maar zeer tevreden trokken we ‘s nachts weer richting de jeugdherberg om onze eerste nacht op Centraal-Amerikaanse bodem door te brengen.

De volgende dag werd iedereen op een verschillend tempo wakker (met Tina en Geertrui als koplopers in de voor mij té vroege ochtenduren), maar de hele groep was over het algemeen heel vroeg wakker en we hebben dan ook samen heerlijk ontbeten. Daarna zijn we al even de stad Léon in getrokken om samen met Bart (Bart en Veronie baten het Via Via Reiscafé in Léon
http://www.viaviacafe.com/ uit) op de lokale markt wat inkopen te doen. Het vervoer gebeurde typisch vanachter in zo’n busjes, hobbelend over de minimale weginfrastructuur. Dit is op zich al een avontuur. Wat ons opviel is dat Léon nog steeds de sfeer van het turbulente politieke verleden uitademde. Kuierend door de stad, liepen we langs de lokale vleesmarkt (stinken!!), de grootste kathedraal van Centraal-Amerika en vele andere pleintjes, kerken en musea.

Het programma in Léon was super. We hebben ons van zeer dichtbij gemengd in de nationale sport “hanengevecht”, we hebben de vulkaan “Cerro Negro” beklommen (een hele uitdaging voor ons K’eentje en niet zozeer die slechte knie maar de slechte conditie speelde hier parten), we hebben een schildpad-ei en leguaan leren eten. We hebben eveneens de hete modderpoelen, stinkende zwavelbronnen bezocht en een nabijgelegen Iguana-farm. De foto’s spreken voor zich: alles was op z’n beurt de moeite waard (oké, het schildpad-ei niet meegerekend) en een momentum om nooit te vergeten!

Onderweg naar Granada (Nicaragua)
Van Léon trokken we richting Granada met een gecharterd busje. Onderweg naar deze tweede mooie koloniale stad gelegen op de west–oever van het meer van Nicaragua, hebben we eerst de nog actieve krater van de Masayavulkaan alsook het nabijgelegen ambachtelijke dorpje bezocht. ’s Avonds kwamen we in Granada aan waar we inderdaad nog meer koloniale charme vonden met z’n vele indrukwekkende koloniale gebouwen en kleurenpracht. We zouden hier normaal met de ferry naar Isla Ometepe, het grootste eiland in het meer van Nicaragua, varen om er de vulkaan Concepción te beklimmen, maar aan het begin van de reis werd ons reeds gezegd dat er uitbarstingsgevaar was en dat het niet toegestaan was ze te bezoeken op het moment dat wij er waren (vandaar de evenzeer mooie beklimming van de Cerro Negro in Léon). Op de terugweg naar Managua (en nadat onze buschauffeur ons in de steek liet en er vandoor was met ons voorschot voor de charter), hebben we –met een nieuw busje/chauffeur- weerom halt gehouden bij de Masayavulkaan krater om er de uittocht van de vleermuizen te bewonderen in de grotten rondom de vulkaan. Prachtig weerom! We hebben dan in Managua overnacht om de volgende ochtend om 4u de bus te nemen richting Honduras. Het beloofde dus een korte nacht te worden, maar groot was Ann’s en mijn verbazing toen we opstonden en zagen dat de bedden van Daan en Hans niet beslapen waren. Inderdaad, de mannen hebben nog wat pintjes/rum verzet en hebben dan maar besloten om niet meer te gaan slapen!!

Yogoa, Gracias en de Lenca Trail (Honduras)
Met het openbaar vervoer (bus) reisden we richting de Hondurese grens. Het was een lange dag, maar we werden –na uitgeregend te zijn door een zeer korte doch hevige stortbui- weerom met een heerlijk avondmaal ontvangen in mooie lodges dichtbij het meer van Yogoa waar we zelfgebrouwen bier en sapjes konden proeven van de Amerikaan die zich hier jaren geleden vestigde met zijn “zwembad-business”. Het was ook die avond dat we kennismaakten met onze immer lachende buschauffeur “Hugo” die ons de volgende dagen zou vervoeren. De volgende ochtend namen Geert en ik snel een duik in het zwembad alvorens een evenheerlijk ontbijt te nuttigen en een rondleiding te krijgen in de prachtige natuurtuin van de Amerikaan. Daarna trokken we verder richting de bergen en we bezochten onderweg de 43 meter hoge Pulhanpanzakwaterval. We volgden de schitterende Lenca Trail die door de hooglanden naar Gracias loopt en waar niet veel toeristen meer te bespeuren zijn. Dit kleine koloniale stadje ligt aan de voet van de Celaque, de hoogste berg van Honduras. Hier zijn we ’s avonds uitgegaan naar een lokale fuif (lees: rare manier van binnengaan, heel veel boxen, geen schuim op het bier, met 6 man rond de pispot staan en wat vooral opviel “iedereen maar dan ook iedereen vertrekt onmiddelijk als de muziek stopt en de lichten uitgaan, dit was echter buiten die rare Belgen gerekend die altijd wel bleven plakken”). In het schitterende decor van de Lenca Trail bezochten we verder nog de warmwaterbronnen in Gracias en de pittoreske indianendorpjes van La Campa en San Manuel Colehete (bekend om zijn pottenbakkers). Van hieruit trekken we richting kust, een mooie tocht met onderweg veel palmplantages.

Jungle Lodge (Honduras)
Alvorens echt de jungle in te gaan, hebben we een pitstop gemaakt bij een Duits koppel dat een rafting/adventure bureau uitbaatte. Ze hebben midden in de bergen een prachtig lodge-complex neergezet met ydillische plekjes om tot rust te komen, ons dagelijks spelletje “saboteur” te spelen, meerdere pintjes te nuttigen en weerom heerlijk te eten. Heel de groep heeft hier besloten om de kolkende rivier te trotseren en aan rafting te doen de dag erna. Het was wild...heel wild. Ann, Daan en ik zijn onverwacht overboord gegooid en behoorlijk lang meegesleurd geweest door de stroming. Mijn keel heeft nog enkele dagen afgezien van het water dat ik binnenkreeg. Ik had al meerdere keren geraft, maar deze keer was best wel angstaanjagend. Hans is er zijn sandalen aan kwijtgespeeld (het was een grappig zicht om na zijn “raft kapsijs” enkel die riempjes rond zijn enkels te zien en geen onderstel meer). Eén ding stond vast... we waren klaar voor de echte jungle... althans dat dachten we.

Mosquito Coast (Honduras)
Omdat de afstand tot de jungle te ver was en de truck erheen om 4u in de ochtend vertrekt, hebben we eerst overnacht in “Casa Kiwi” aan de kust. De naam zegt het zelf al... bij mensen van Nieuw-Zeeland die aan het strand een grote herberg hadden neergepoot. Prachtige zonsondergang, lekkere scampi’s bij de inmiddels “zwarte bevolking” ( de Garifunabevolking, die afkomstig zijn uit Afrika) en volgens de mannen zeer lekkere “sterke drank” waarvan de naam me momenteel ontglipt. Na alweer een té korte nacht (Daan, ik heb u het snurken die nacht nog steeds niet vergeven!!), vertrokken we in de vroege ochtend voor onze 4-daagse tocht naar de enige en laatste echte jungle in Centraal-Amerika, de Mosquito Coast. Te voet en met de halve boomstammen (panga’s) leerden we een ongekende weelde aan fauna en flora kennen van talloze vogelsoorten zoals reigers en vele kleurrijke bloemen tot de vieze krokodillen. We verblijven in de paalwoningen van de Miskitoindianen en bewonderen hun manier van leven en dansen. We gaan kajakken en zwemmen bij avfondval en laten ons met de stroming meevoeren op “afgeschreven” binnenbanden. Bovenal beleven we een on te evenaren avontuur met de panga’s (lees: water scheppen of anders zinken we!; help dit is té veel volk voor dit bootje! en waar halen we nog naft?) Over het verhaal van Tina hebben we zwijgplicht gekregen, dus dit kan ik jullie spijtig genoeg niet meedelen.

Baai-eiland Roatán (Honduras)
Na al die avonturen in de jungle, hebben we echt wel wat rust verdiend. We hebben dan ook de boot genomen naar Roatán, het grootste eiland van de tropische Bay Islands en haast regelrecht uit een exotische reclamespot geplukt. We hebben er gesnorkeld (en Tina/Geert gedoken), lekkere cocktails gedronken en genoten van deze 2 dagen “platte rust”.

Copán (Honduras)
Van het warme en ydillische strand trokken we richting de koudere bergen, naar Copán. We verbleven er in de jeugdherverg van onze begeleider Dirk (die er ook het ViaVia Joker reiscafé uitbaatte met 3 andere Belgen) en bezochten er de koffieplantage (Finca el Cisne genoemd) van zijn vriend. We kwamen er alles te weten van het dagelijkse leven van de koffieboeren en het productieproces van de koffie en cinnamon (kaneel). We trokken er ook te paard op uit voor een intense verkenning van het groene landschap. In Copán kende de mayabeschaving één van haar hoogtepunten. We konden onze reis dan ook niet afronden zonder een bezoek aan de befaamde mayaruïnes. Met de pracht van de Copán Ruinas gezien te hebben, restte ons nog enkel te fuifen op mijn 29ste verjaardag en Geert’s verjaardag en dit werd gedaan met de traditionele Piñatas (pop vol snoepjes die de jarige moet stukkloppen). Met de hele groep hebben we er een leuke avond...nacht...ochtend van gemaakt. We dansten een laatste keer op...jawel...ons lijflied “Chakira” met “hips don’t lie” en vertrokken tevree (maar weer met té weinig uurtjes slaap- terug richting Belgenland. Een mooi avontuur en een leuke groep, kortom weer een reis om nooit meer te vergeten.